Meerwaardebelasting: hoe bepaalt u de waarde van uw aandelen op 31.12.2025?
Verkoopt u aandelen van uw eigen vennootschap, dan wordt voor de meerwaardebelasting de aanschaffingswaarde ervan in principe vastgelegd op 31.12.2025. Er worden mogelijk vier waardes met elkaar vergeleken en de hoogste mag u in rekening brengen. Een woordje uitleg.
I. Fictieve aanschaffingswaarde
De meerwaardebelasting is van toepassing sinds 01.01.2026. Meerwaarden van voor die datum zijn echter vrijgesteld. Daarom wordt er een fictieve aanschaffingswaarde vastgesteld op 31.12.2025. Het is dus de waarde op datum van 31.12.2025 die telt om de meerwaarde bij een verkoop vanaf 01.01.2026 te berekenen. Als u een werkelijke hogere aanschaffingswaarde kunt bewijzen, dan mag u die gebruiken, maar daar gaan we hier niet verder op in.
De aanschaffingswaarde die telt is de hoogste van vier mogelijke waardes, wat in uw voordeel is, want hoe hoger de aanschaffingswaarde, hoe kleiner de meerwaarde (of hoe groter de minderwaarde). De vier mogelijke waardes zijn (1) de wettelijke waarde, (2) een waarde bepaald door een revisor of accountant en (3+4) twee waardes die gebaseerd zijn op werkelijke of mogelijke verrichtingen met de aandelen.
II. Welke methode gebruiken?
De wettelijke waarde van (niet-beursgenoteerde) aandelen op 31.12.2025 is in principe gelijk aan het eigen vermogen plus vier keer de zgn. operationele winst of EBITDA (zoals gedefinieerd in art. 275/9, §2, lid 3 WIB 92), van het laatste boekjaar afgesloten vóór 01.01.2026 (art. 102, §4, lid 2, 2° c WIB 92). Het gaat dus normaal om de jaarrekening voor het boekjaar 2025.
U mag de waarde van de aandelen op 31.12.2025 laten bepalen door een bedrijfsrevisor die niet de commissaris van uw vennootschap is, of door een onafhankelijk gecertificeerd accountant (art. 102, §4, lid 3 WIB 92). U heeft hiervoor nog tijd tot 31.12.2027. De wet schrijft geen enkele waarderingsmethode voor.
De wettelijke waarde en de waardering door een revisor of accountant zijn altijd mogelijk. De andere twee waardes zijn maar mogelijk als er bepaalde verrichtingen met de aandelen zijn gebeurd in 2025, of als er een contractuele waarderingsformule is (art. 102, §4, lid 2, 2° a en b WIB 92). Er zijn bijvoorbeeld aandelen verkocht in 2025 aan een derde partij (en dan mag u de prijs van die transactie gebruiken). Of er is een aandeelhoudersovereenkomst van kracht waarin de prijs voor de aandelen wordt bepaald op basis van bv. nettowinst en eigen vermogen (en dan mag u die formule hanteren).
III. Voorbeeld wettelijke berekening
Neem voor het eigen vermogen de jaarrekening 2025 erbij, met de balans en de resultatenrekening per 31.12.2025. Het eigen vermogen kunt u dan aflezen van de balans bij de code 10/15.
Neem voor de EBITDA te bepalen de bedrijfswinst uit de resultatenrekening (code 9901) en tel er de afschrijvingen en de waardeverminderingen (code 630 en 631/4) bij. In onderstaand voorbeeld komen we dan uit op een wettelijke waarde van € 440.000.
|
Eigen vermogen: |
code 10/15 balans |
€ 200.000 |
|
Bedrijfswinst: |
code 9901 resultatenrekening |
€ 25.000 |
|
Afschrijvingen: |
code 630 resultatenrekening |
€ 35.000 |
|
EBITDA: |
bedrijfswinst+afschrijvingen |
€ 60.000 |
|
Wettelijke waarde: € 200.000 + (4 × € 60.000) = € 440.000 |
||
This website uses both its own and third-party cookies to analyze our services and navigation on our website in order to improve its contents (analytical purposes: measure visits and sources of web traffic). The legal basis is the user's consent, except in the case of basic cookies, which are essential to navigate this website.