Beleggen met uw vennootschap of privé: wat levert netto het meeste op?
Uw vennootschap heeft bv. € 20.000 op de bankrekening staan die u zou willen beleggen in aandelen. Wat doet u dan het beste: dat bedrag nu als een dividend uitkeren en privé beleggen of de belegging door uw vennootschap laten doen en het geld later naar u privé halen?
I. Beleggen met uw vennootschap
Wanneer uw vennootschap belegt in aandelen, of ze dat nu rechtstreeks doet of via een ETF (tracker), een gemeenschappelijk beleggingsfonds (GBF) of een beleggingsvennootschap (bevek), zijn de dividenden en de meerwaarden in principe belastbaar, tegen 25% en, als de voorwaarden vervuld zijn, het verlaagde tarief van 20% op de eerste schijf van € 100.000 belastbare winst. Uw vennootschap is wel uitgesloten van het verlaagd tarief wanneer op de balansdatum de beleggingswaarde van alle aandelen die ze bezit (behalve participaties die ten minste 75% van het gestort kapitaal vertegenwoordigen) groter is dan 50% van de som van haar gestort kapitaal, belaste reserves en geboekte meerwaarden.
De principiële belastbaarheid geldt niet voor inkomsten die uw vennootschap ontvangt van zgn. DBI-beveks. Dat zijn distributiebeveks (beveks die periodiek inkomsten uitkeren, in tegenstelling tot kapitalisatiebeveks) waarvan de statuten in de jaarlijkse uitkering voorzien van minstens 90% van de netto-inkomsten die ze verkregen hebben voor zover en in de mate dat die inkomsten voortkomen uit dividenden en meerwaarden die zelf voor de DBI-aftrek of de vrijstelling in aanmerking komen (art. 203, §2, lid 2 WIB 92).
Minderwaarden op aandelen, ook van DBI-beveks, zijn in principe niet aftrekbaar.
De roerende voorheffing van 30% die op dividenden ingehouden wordt, is in principe verrekenbaar en terugbetaalbaar. Sinds aanslagjaar 2026 kan de roerende voorheffing op dividenden van een DBI-bevek echter maar verrekend worden als de minimumbezoldigingsvoorwaarde voor het verlaagde tarief vervuld is.
Houd er rekening mee dat de niet-fiscale jaarlijkse administratie- en beheerskosten (Total Expense Ratio of TER) voor een bevek gemiddeld 1% tot 2,5% bedragen, terwijl dat voor een EFT maar 0,05% tot 0,5% is. Bij hetzelfde brutorendement heeft een ETF dus een groter nettorendement dan een bevek.
II. Privé beleggen
Dividenden zijn in principe belastbaar, maar er is een vrijstelling van de eerste schijf van dividenden van € 833 (bedrag voor aanslagjaar 2027). Meerwaarden op aandelen vallen onder de algemene regeling van de meerwaardebelasting op financiële activa. Ze zijn dus belastbaar tegen 10%, maar er is een vrijstelling van € 10.000, die bij niet-gebruik vijf jaar na elkaar met € 1.000 verhoogd wordt en die geïndexeerd wordt.
De roerende voorheffing van 30% die op dividenden ingehouden wordt, is voor u privé zgn. bevrijdend, d.w.z. dat dit de eindbelasting is. Wilt u gebruikmaken van de vrijstelling, dan moet u wel de roerende voorheffing op het vrijgestelde gedeelte aangeven. Voor de meerwaardebelasting wordt er 10% roerende voorheffing ingehouden op gerealiseerde meerwaarden, die dan verrekend wordt met de effectief verschuldigde belasting. De roerende voorheffing houdt echter geen rekening met de vrijstelling en daarom kunt u ook kiezen voor een zgn. opt out van roerende voorheffing.
III. Hoeveel kost het u om het geld uit uw vennootschap te halen?
Zowel wanneer uw vennootschap belegt als wanneer u zelf belegt, is er een moment dat u geld naar u privé haalt. Doet u dat in de vorm van een dividend, dan moet er nog roerende voorheffing ingehouden worden. Alleen een uitkering van liquidatiereserves bij de stopzetting en vereffening van uw vennootschap, kan nog zonder roerende voorheffing gebeuren.
Het normale tarief roerende voorheffing bedraagt 30%, maar op VVPR-bis-dividenden betaalt u maar 18%. Op liquidatiereserves zijn er meerdere tarieven mogelijk, afhankelijk van wanneer ze aangelegd zijn, maar sowieso moet er eerst al een afzonderlijke aanslag van 10% betaald worden bij de aanleg, wat dus het fiscale kostenplaatje nog verhoogt. Zo kost bij 9,8% roerende voorheffing het dividend in totaal 18% (wat dus hetzelfde is als bij de VVPR-bis-dividenden).
|
Datum van aanleg liquidatiereserves en tarief roerende voorheffing (rv) bij de uitkering (+ totale kostprijs inclusief de 10% afzonderlijke aanslag) |
In welk jaar na de aanleg gebeurt de uitkering? |
|||||
|
In jaar 1, 2 of 3 |
In jaar 3 of 4 |
In jaar 5 en later |
||||
|
Rv |
Inclusief 10% |
Rv |
Inclusief 10% |
Rv |
inclusief 10% |
|
|
A) aangelegd uiterlijk 30.12.2025 |
20% rv |
27,27% |
6,5% rv |
15% |
5% rv |
13,64% |
|
B) aangelegd vanaf 31.12.2025 (dus boekjaar 2025) |
30% rv |
36,36% |
9,8% rv |
18% |
9,8% rv |
18% |
IV. Cijfervoorbeeld
Stel uw BV beschikt over € 100.000 en is niet uitgesloten van het verlaagde tarief. We vergelijken de volgende twee scenario’s:
- een belegging door uw vennootschap in een DBI-bevek (wederinkoop na tien jaar en de jaarlijkse dividenden worden herbelegd in de DBI-bevek) en vervolgens een uitkering aan u als dividend. We vergelijken hierbij twee tarieven inzake roerende voorheffing om het geld naar u privé te halen: 18% of 30%.
- een uitkering aan u op dit moment als dividend (met 18% of 30% roerende voorheffing), waarna u het nettobedrag tien jaar in een ETF belegt. U betaalt 10% meerwaardebelasting, maar er is wel een vrijstelling van € 15.000 opgebouwd.
Stel dat de TER van de ETF 0,2% is en die van de DBI-bevek 1,53%. We nemen voor beide beleggingen een brutorendement van 6% aan. Voor de DBI-bevek gaan we uit van een jaarlijks dividend van 4,09%, zodat de resterende nettowaardestijging 0,38% bedraagt (6% – 4,09% dividend – 1,53% TER). We veronderstellen dat alle inkomsten van de DBI-bevek vrijgesteld zijn.
|
Wie belegt? |
Uzelf (in ETF) |
Uw vennootschap (in DBI-bevek) |
||
|
Hoeveel kost het om geld naar de privé halen? |
18% |
30% |
18% |
30% |
|
Beschikbaar in de vennootschap |
€ 100.000 |
€ 100.000 |
€ 100.000 |
€ 100.000 |
|
- Belastingen (18% of 30%) |
– € 18.000 |
– € 30.000 |
- |
- |
|
Beschikbaar om te beleggen |
€ 82.000 |
€ 70.000 |
€ 100.000 |
€ 100.000 |
|
Winst (meerwaarde en dividenden) |
€ 62.102 |
€ 53.014 |
€ 54.852 |
€ 54.852 |
|
- Meerwaardebelasting privé (na vrijstelling) |
– € 4.710 |
– € 3.801 |
- |
- |
|
- Belastingen (18% of 30%) |
– € 27.873 |
– € 46.456 |
||
|
Netto privé |
€ 139.392 |
€ 119.213 |
€ 126.979 |
€ 108.396 |
In dit voorbeeld zien we dat beleggen in de vennootschap het verliest van privé beleggen. Zowel bij een kostprijs om het geld uit de vennootschap te halen van 18% als 30% heeft u privé meer als u het geld meteen uit de vennootschap haalt en zelf belegt. De reden daarvoor is dat de zwaarste fiscale kostprijs in het begin betaald wordt als er nog geen opbrengsten zijn en dat de opbrengsten privé hoger liggen (ETF heeft minder kosten dan de DBI-bevek), en dit ondanks de meerwaardebelasting.
Deze website gebruikt zowel eigen cookies als cookies van derden om onze diensten en navigatie op onze website te analyseren om de inhoud te verbeteren (analytische doeleinden: bezoeken en bronnen van webverkeer meten). De wettelijke basis is de toestemming van de gebruiker, behalve in het geval van basiscookies, die essentieel zijn om door deze website te navigeren.